Mijn huis in Mandalay;
Birma, het land en de liefde
Inhoudsopgave
Kaart; Inleiding;
I. Een van hen
Een Warm Onthaal; Een Pittige Tocht; Rustig Vaarwater; Goedkoop is Vies; Militaire Pleisterplaats; Onbekende Pagodes; Terug naar Af;
II. Mijn Huis in Mandalay
Oude en Nieuwe Vliegvelden; Misverstanden; Schuitje Varen; Terug in de Tijd; De Laatste Dolfijnen; Orwells Voetsporen; Vegen, Vlekken en Veelvraten; Kerstmis met Boeddha; De Langste Nacht; Vluchtgesprekken.
Begrippenlijst
Fragment 1 - Een pittige tocht; Chaung Tha Beach
Geen sprake van uitslapen vandaag, hoe graag we ook nog even tegen elkaar aan zouden blijven liggen. Om zeven uur moeten we bij het busstation zijn voor de bus naar Chaung Tha Beach. Het reisbureautje vertelde ons dat we een redelijk comfortabele bus kunnen verwachten, maar dat we halverwege, in Pathein, wel moeten overstappen op wat kleiner formaat vervoer, iets wat gemakkelijker door het nog overstroomde deltagebied kan rijden. Hier wordt er nog bij vermeld dat als de overstromingen al te erg zijn, we misschien terug moeten en het hele plan moeten opgeven. De jongens van het Eastern Hotel regelen een taxi voor ons en we gaan op weg naar een voor mij nieuwe bestemming. Voor Mya is alles nieuw. Wel wat vreemd om gids voor hem te spelen in het land waar hij geboren en getogen is. Maar hij heeft in ieder geval een Birmese mond en dat zal alles zeker een stuk makkelijker maken. Na een half uurtje rijden, komen we bij een busstation, maar daar kent men de bewuste busmaatschappij niet. Onze chauffeur doet wel zijn best en na veel rondvragen weet uiteindelijk iemand ons te vertellen dat we een compleet andere kant op moeten! Ik zit niet gemakkelijk in de kuil op de plakkerige achterbank van de toch zo vriendelijke en geduldige taxichauffeur. Ik heb het gevoel dat we van het bekende kastje naar de vertrouwde muur worden gestuurd. Ik zie de wijzers van het dashboardklokje steeds sneller gaan en maak me zorgen. Maar tegelijkertijd probeer ik mijn goede humeur te bewaren. Ik kan het echter niet laten af en toe een diepe zucht van de zenuwen te slaken en Mya wordt steeds stiller. Het is inmiddels zeven uur geweest en we hebben het nog steeds niet gevonden. Ik zeg niets, maar besluit dat als de bus weg is, we ons geld gaan terugvragen bij de reisagent en we het hele strandplan laten varen. Als we uiteindelijk ver buiten Yangon het terrein van het juiste busstation opdraaien, ziet onze chauffeur de bus langzaam wegrijden. Ik denk dat het te laat is en berust in de situatie, maar met veel geroep en geclaxonneer kan de bus tot stoppen worden gemaand. Wat een opluchting! Veel tijd om ons erover te verheugen hebben we niet, de bus heeft waarschijnlijk al lang genoeg op ons moeten wachten en dus gaat snel mijn grote tas onder in de bagageruimte en zoeken wij met spoed stoelen 22 en 23 op. Eindelijk kunnen we op weg naar het strand.
Fragment 2 - Misverstanden; de ondervraging
Voor het huis bevindt zich een klein tuintje, dat voor de helft gevuld is met jonge korianderplantjes. De andere helft moet opnieuw beplant worden. Daar kunnen de tulpenbollen komen die ik heb meegebracht. De tuin is overdekt met een bamboe pergola waarover bijna verdroogde druivenranken bungelen. Achterin de tuin staat de plee, ook van bamboe, en er ligt wat afval. Als je het straatje uitloopt heb je een prachtig uitzicht op de bergen van Maymyo in de verte, maar ook ligt daar aan de rand van de wijk veel vuil waartussen een zeug met haar biggen op zoek is naar iets eetbaars. Helaas voor de varkens ligt er vooral veel plastic. Mya’s vader heeft wat fruit gehaald op de markt in de buurt, waar hij zelf af en toe de groenten verkoopt die hij in de tuin verbouwt, en Mya schilt een sinaasappel voor me. Naast de bananen, appels en sinaasappels (met veel pitten, maar heerlijk zoet) staat er een schaaltje met wat snacks, zoals gefrituurde gourd (soort courgette) horseshoe leaves (een groente met de vorm van een hoefijzer) en rijstringetjes. Na een half uurtje is het nieuws van de vreemde blanke bezoekster de buurt rondgegaan en dienen de eerste nieuwsgierigen zich aan: een buurvrouw, een buurmeisje, dan de mannen. Maar die blijken niet alleen uit nieuwsgierigheid te komen. Een man van een jaar of 35 met gezonde vetrollen en een notitieboekje wil alles van me weten. Hij bestudeert zorgvuldig mijn paspoort, maar lijkt er niet veel van te begrijpen. Mya moet uitleg geven. Dan komen er nog twee mannen bij zitten. En na een kwartier volgen er twee nieuwe geïnteresseerden. Een daarvan, een knappe jongeman van rond de dertig, lijkt de leiding te hebben en stelt me opnieuw allerhande vragen. Ze willen weten in welk hotel ik verblijf, hoe ik heet. Ook Mya wordt, terwijl hij een appel voor me probeert te schillen met een mesje zonder heft, aan de tand gevoeld: zijn vaders naam, zijn geboorteplaats, enzovoort. In zijn naïveteit noemt hij zelfs mijn Birmese naam, Ma Ma Khaing. Later leg ik hem uit dat die naam alleen bedoeld is voor vrienden en dat hen dat totaal niets aangaat. Mijn paspoort wordt opnieuw meerdere malen bestudeerd en ze snappen niet het concept van een familienaam en een of meer voornamen, dat bestaat niet in Myanmar. Waarom heet ik ‘Cora’, maar staat er Jacoba Gerarda in mijn papieren? Nog eens drie mannen dienen zich aan in de deuropening en weer is er een die alles moet opschrijven. Mya legt mij uit dat deze mensen van de immigratiedienst zijn en dat hij mijn bezoek vooraf had moeten melden bij het lokale kantoor van de SPDC (State Peace and Development Council). Dit had ik natuurlijk kunnen weten, twee jaar geleden verbaasde ik mij erover dat mijn vrienden in Bagan dat niet hadden hoeven doen, ik had er nu dan ook niet meer bij stilgestaan. De heren vertellen Mya dat deze controle voor mijn eigen veiligheid is, maar wij kijken elkaar aan en ik trek mijn wenkbrauwen op. Alles draait in dit land om controle. Niets mag zonder toestemming.
Wat zoemt er?
Lezers over Mijn huis in Mandalay
Ik had vandaag een vrije dag en ik heb je boek in één adem uitgelezen. Complimenten hoor! Het is een zeer leesbaar boek en geschreven in een prettige stijl. Ik was vandaag weer even helemaal terug in Birma en heb ook weer heimwee.
A. Morsink, Birma-reizigster
Cora heeft een mooi boek geschreven over een 'lastig' land waar veel westerse mensen niet goed mee om weten te gaan: Birma. Zij heeft haar hart verloren aan het land en aan één van zijn inwoners. Ze neemt ons mee op haar reizen en we maken kennis met veel boeiende inwoners in een prachtig land met een militaire regering die zich overal mee bemoeit en de bewoners aan veel regels onderwerpt.
A. Rosman-Kleinjan, schrijfster, uitgeefster en wereldreizigster